250 gram witte bloem voor brood of pizza
6 gram droge gist
4 gram zout
een geut olijfolie
130 gram lauw water (giet niet ineens alles bij de rest, je ziet tijdens het kneden wel of er meer water moet zijn)
wat oregano (kan ook zonder of met andere kruiden)
Met deze ingrediënten maak je met de hand of met de machine een soepel brooddeeg dat je ongeveer 3 kwartier afgedekt en op een warme plaats laat rijzen.
Na het rijzen kneed je het deeg nog even.
Je rolt het uit tot 3 à 4 millimeter. Dat is gemakkelijk tussen twee vellen bakpapier.
Met een uitsteker (of met een glas, zoals ik dat doe) maak je rondjes.
Zo werk je al het deeg op.
Op de schijfjes smeer je wat rode pesto en leg je een in stukjes geneden zwarte olijf. Niet op de rand smeren!
Daarna vouw je het rondje dubbel en duw je de randen goed dicht.
Het is niet erg als een rand weer opent bij het bakken. Het lekt niet. Maar een gesloten hapje is wel mooier, vind ik.
Wanneer je de hapjes vormt, rijst wat af is alweer. Maar gerezen of niet, gebakken is het allebei lekker.
Dan rest enkel nog ongeveer een 17 minuten bakken op ongeveer 230 graden. (Kijk nu en dan, want elke oven is anders. Je verkiest waarschijnlijk geen hapje dat op karton lijkt.)
Omdat ik rap wilde weten of ik wat had, proefde ik snel. Recht uit de oven was het echt lekker. Maar het kan ook koud en ook in de oven opgewarmd de dag nadien, was het in orde.
Dit verpakt gemakkelijk en is dus goed om mee te nemen. (Het blijft beter heel dan het chocoladegebak dat ik met een mal van bloemsuiker voor zag. Tegen het moment dat ik het kon afgeven was er van de tekening niet veel meer over.)
Uiteraard kan je weer gaan variëren met de vulling.
Ik nam zwarte olijven en rode pesto omdat ik dat in huis had. De combinatie viel in de smaak en is zeker voor herhaling vatbaar.