dinsdag 25 augustus 2009

Pruimen


Veel pruimen hebben we dit jaar, heel veel.
En dat vinden we niet erg!

Vandaag maakte ik confituur van de rode pruimen. Eerder verwerkte ik de geel-groene pruimen al en de donkerpaarse zullen nog volgen. Gelukkig zijn ze niet allemaal tegelijk rijp.

Vandaag deed ik zo:

2,4 kilo pruimen (gewicht zonder pitten)
2 zakjes Pec (voor minder suiker)
500 gram suiker
3 dl water

Halve pruimen en water koken tot het fruit zacht is. Nu en dan roeren, anders brandt het aan.
Pec en suiker in een kom mengen met een vork om de klontjes te breken.
Suiker bij het fruit voegen en heel goed roeren, ook over de bodem van de pot.
Laten doorkoken en in potten doen.

Enkel het ontpitten vraagt werk. Voor mij is dat zwaar werk, maar de voldoening is zo groot dat ik het er toch maar voor over heb om achteraf op de blaren te zitten.


Ik gebruikte heel weinig suiker en iets minder Pec. Dan krijg je iets heerlijks om bij een boterham uit een kommetje te lepelen. Het zal ook een tijdje bewaren.

Je kan veel meer suiker toevoegen, tot het gewicht van het fruit. (Gebruik dan wel de andere Pec.) Ik maakte het naar smaak van mezelf.
Er zijn verschillende middelen om confituur te maken wanneer je minder suiker gebruikt, zoals bijvoorbeeld Gelfix (warenhuis), Pec (warenhuis) en Marmello (natuurvoedingswinkel).
Voor Gelfix gebruik je best de helft van het gewicht aan fruit voor suiker. Afhankelijk van de fruitsoort vind ik dat ok. Maar zelf kies ik het niet voor zoeter fruit.
Marmello (er bestaat 1 en 2) is prima als je stijve confituur verkiest. Goed voor op de boterhan, maar te vast voor op de joghurt.
Naar Pec voor minder suiker grijp ik het meest, merk ik. (Ik heb geen aandelen!)

Voor een deel van de gele pruimen gebruikte ik voor 3 liter gekookte pruimen een halve kilo Gelfix. Dit is een lopende en een beetje lekker bittere compotte.
Voor een ander deel van deze pruimen nam ik voor 1650 gram fruit een halve kilo Gelfix. Dat gaf een stevige confituur.
Beide vallen in de smaak en niet alleen bij mezelf.

En grote neef, die lust ze allemaal. Als het maar pruimen zijn!


Ik schreef dit jaar van elke confituur (rekbaar begrip bij mij) die ik maakte op hoeveel fruit ik gebruikte, hoeveel suiker ik nam en waarmee ik zorgde dat hij dikker werd en even zal bewaren.
Dat was al handig, dus dat doe ik best verder.

(Je ziet, ik schrijf dat hier vooral voor mezelf. Als jij er wat aan hebt is dat mooi meegenomen, dat dan weer wel!)

zondag 23 augustus 2009

Boontjes

De aardappelen uit de tuin smaken zo lekker. We eten er echt meer van. Andere zomers eten we meer pasta of pizza met de groenten uit de tuin, maar nu lusten we wel elke dag van die smakelijke patatjes.
Met boontjes bijvoorbeeld. Die komen ook uit de tuin. En de tomaat ook. Ons boodschappenlijstje is deze dagen echt korter.

Aardappelen stomen of koken.
Boontjes stomen of koken tot ze net gaar genoeg zijn. Wij lusten ze graag als ze nog 'beet' hebben. Na het stomen of koken de boontjes meteen onder koud water houden om de frisse kleur te behouden.
Ik lust er graag nog wat smaakvolle tomaten bij.

Gisteren aten we er een lekker maar niet zo mooi sausje bij. Ik maak het meer, maar
wat een kleur... Ik dacht spontaan aan Barbie-saus en het lijkt wel fruitjoghurt. Maar ik maak het toch ... het moest maar zo lekker niet zijn!
2 lepels mayonaise, 2 lepels joghurt, 1 lepel appelazijn, versgemalen zwarte peper en een beetje zout mixen samen met 1 tomaat of meerdere tomaatjes.

De aardappelen en boontjes hoeven voor dit simpele gerechtje niet heel warm te zijn.

Ik vond de boontjes die ik vooraf al in de saus 'dipte' erg lekker. Maar voor dipsaus is het eigelijk te lopend.

Wij eten hier nooit vlees bij.

Dit is wel erg eenvoudig. Maar met degelijke ingrediënten is er niet meer nodig!

maandag 17 augustus 2009

Stof bestempelen



Vandaag bestempelde ik stof om er daarna iets van te naaien.
Op een wit laken stempelde ik met textielverf bloemen in twee kleuren en in twee maten. Daarna strijken helpt de verf te fixeren.
Ik kan weer even verder.

aardappelen uit de oven

Heel simpel, maar zo lekker!
En dit jaar voor het eerst met aardappelen uit de tuin. Die maken het nog lekkerder.

Kleine aardappelen (of grotere die je in lange partjes, in schijfjes of kleinere blokjes snijdt) goed wassen en met de schil in een ovenschaal uitspreiden. Overgieten met een beetje lekkere olijfolie en de olie samen met wat zout (zeezout of fleur de sel) en rozemarijn met je handen over de aardappelen verdelen. De aardappelen moeten langs alle kanten bedekt zijn met een dun laagje olie. Je hebt toch niet veel olie nodig, het wordt geen vette boel.

Die ovenschotel gaat dan voor langere tijd de oven in. De grootte van de aardappelen bepaalt de tijd. Als je met een vork in de aardappelen kan prikken is het goed, maar dat duurt toch wel even. In de tweede helft meng ik de aardappelen nog eens dooreen.
Ik reken een uur voor het totaal bovenaan in de warmste oven (ongeveer 220°).

In de zomer vinden wij het lekker met bijvoorbeeld kippensaté's en rauwe groenten.
Het gemarineerde vlees gaat dan na een tijdje op een rooster boven de aardappelen. Het vlees gaat sneller dan de aardappelen.

En dan noemen wij het 'nepbarbecue'. Dan weten we allebei wat wordt bedoeld.

Je kan in plaats van zout en rozemarijn bijvoorbeeld ook piri piri (potje met Portugees kruidenmengsel met zout) gebruiken. Dat geeft een heel andere smaak, je maakt het dan zo pittig als je wil.

Je kan een kipfilet in stukken snijden en dan de stukjes met wat olijolie en bijvoorbeeld piri piri in een diepvrieszakje stoppen en het toegevoegde in de stukken masseren. Je kan de blokjes meteen gebruiken of ze in de diepvries steken. (Je hoeft de blokjes niet op een stokje te prikken. Ze tussen de halfgare aardappelen leggen, kan ook. Dat geeft een ander resultaat. Het wordt niet knapperig zo. En dan is het voor ons geen nepbarbecue.)

donderdag 13 augustus 2009

Bessenconfituur

Om het hele jaar van de bessen uit de tuin te kunnen genieten, maak ik graag confituur. Ook al omdat ik dan minder suiker kan gebruiken dan bij de meeste winkel-confituren.

Ik ga meestal uit van een basisrecept dat het goed doet voor onze bessen.

Bessen koken met een bodemje water.
Nu en dan roeren en bessen wat pletten.
Bessen door de passe-vite of zeef duwen.
Het sap afmeten.
Per liter sap of 750 gram sap in een andere kom 300 gram suiker (meer of minder mag ook, dat hangt af van jouw smaak) afwegen en er een zakje pec (voor minder suiker) onder vermengen. De pec zorgt dat het altijd wel lukt en opstijft.
Het sap koken.
Het suikermengsel roerend toevoegen.
Even laten doorkoken.
De confituur (misschien eerder gelei, maar niet helder omdat ik het sap uitduw) in propere potten met schroefdeksel gieten.
De potten afsluiten en omgekeerd een nachtje laten afkoelen.

Je gebruikt de bessen die je hebt of lust met suiker zo veel je wil. Kijk maar op het pakje. Wil je wel meer suiker, dan bestaat daar ook een pakje voor.

Bij deze methode hoef je de geplukte bessen enkel maar de wassen. Steeltjes mogen er nog aan blijven, pitten mogen blijven zitten. Dat maakt het een gemakkelijk te maken confituur. Ik blijf het confituur noemen omdat ik er ook de fruitpulp bij neem. Het gekookte fruit een nacht laten uitlekken zodat je een heldere gelei kan maken, vind ik veel gedoe. En zo gaat er minder verloren.

Ik verwerkte deze zomer tot nu toe rode en witte bessen, cassis, jostabessen, frambozen en combinaties daarvan. Rode bes met framboos was een nieuwe combinatie voor mij. Toch echt lekker. Dus meer frambozen in de tuin zijn welkom!

Omdat die zelfgemaakte confituur me toch echt wel bevalt, maak ik ook confituur met gekocht fruit. Appelsienconfituur met bittere schilletjes bijvoorbeeld, heerlijk. Zeker als hij weer wat smelt op een warme pannenkoek. Maar dat is voor wanneer het weer kouder wordt.



Aanvulling (na de vraag van Bart om de combinaties)
Soorten confituur die ik deze zomer maakte. Volgende zomer probeer ik vast weer verder. Nu maakte ik confituur van al wat rijp was op dat moment.
Ik zet er alles bij, dan heb ik dat lijstje ook voor mezelf.

Rode bes
Rode bes en frambozen (echt de moeite, heb er diepvriesframbozen voor bijgekocht)
Rode bes en cassis
Rode bes en witte bes

Witte bes
Witte bes en jostabes

Zwarte bes en framboos (framboos proef je niet goed meer bij 50/50)

Jostabes

woensdag 5 augustus 2009

Ons dagelijks brood



Nu we "achter de gazetten" wonen en met de auto rijden jammer genoeg niet meer gaat, zorg ik graag zelf voor ons dagelijkse brood. Dan ben ik niet afhankelijk. Toch niet als ik op tijd aan bloem en gist denk.

Met de hand kneden zou ik niet meer kunnen. Mijn kitchen-aid doet nu het zware werk. Ik wilde een mooi exemplaar, dan kan het blijven staan en dan kost dat al geen moeite. En bakken gebeurt in de warmste oven van de AGA.

Al meerdere keren werd me gevraagd hoe ik mijn brood bak. Dus dat schrijf ik dan ook maar even op.
Zelf houd ik er wel van en man ook. Maar anderen blijkbaar ook.
Voor het doopfeest van een tijdje geleden bakte ik de broodjes. Ik schrik er dan van dat anderen ze zo lekker vinden. Ik hoorde de gasten dat tegen elkaar zeggen.

Het is een simpel recept, maar ik denk dat de kwaliteit van de bloem een grote rol speelt.
Ik vertrek meestal van dit basisdeeg. En met daarmee maak ik dan één gewoon brood of meerdere kleine broodjes.

500 gram meel
12 gram gedroogde gist
8 gram zout (stilaan ben ik altijd maar minder zout gaan gebruiken, nu nemen we voor onszelf 2 gram)
260 ml water (ongeveer, voel maar aan je deeg)
een geut olijfolie

Alles gaat in de keukenmachine om te kneden.

Het deeg moet dan 45 minuten afgedekt rijzen op een tochtvrije en warme plek. Ik leg gewoon een handdoek over de kom van de kitchen-aid. Wat langer rijzen is geen probleem.

Weer even kneden tot de lucht eruit is.

Het deeg in de broodvorm leggen. Ik maak eerst een lap die even breed is als het bakblik die ik dan oprol en met de naad naar onder in het bakblik leg. De vorm is dan mooi egaal.

Je kan ook kleine bolletjes maken van 50 gram of wat je maar verkiest.

Opnieuw 45 minuten rijzen in het bakblik.

Brood bak ik 32 minuten en de kleintjes gaan 27 minuten in de bakoven van de AGA die ik op ongeveer 220 graden heb staan.

Je kan spelen met het meel. Als het samen maar 500 gram is, is het goed. Ik gebruik meestal de witte en/of de bruine bloem die hier het dichtstbij worden verkocht. Dat is echt lekkere biobloem. Een pak lekkerder dan warenhuisbloem. We houden ook van rogge.
Ik doe vaak pitten en/of zaden in het deeg. Zonnebloempitten, pompoenpitten, sesamzaad en maanzaad heb ik meestal in huis. Je kan één of meerdere soorten tegelijk gebruiken. Ik voeg maximum 100 gram toe.

"Speciallekes" maak ik ook graag, maar dat is voor een andere keer.

Mijn brood mag uit de oven... Ruikt lekker!

Wat oudste neefje zei toen hij hier voor het eerst logeerde en wit brood had gevraagd: "Tante Marleen, uw brood is zo lekker als cake." Dat is ondertussen al enkele jaren geleden. Toen hij hier vorige week was, at hij er weer met plezier van. Het brood mocht nu wel bruin zijn. En hij zei er deze keer bij: "Het allerliefste eet ik uw brood met uw pruimenconfituur." En hij at op drie dagen een hele pot leeg. Die toch niet zo zoete confituur zet ik er ook nog wel eens bij. Dan kan hij zelf aan de slag. Een zak pruimen om op te snoepen heeft hij al mee... Dat een kind zo zot kan zijn van pruimen.