donderdag 31 december 2009

Hartige hapjes uit de oven

Gewoon omdat het lekker is. En simpel.

250 gram witte bloem voor brood of pizza
6 gram droge gist
4 gram zout
een geut olijfolie
130 gram lauw water (giet niet ineens alles bij de rest, je ziet tijdens het kneden wel of er meer water moet zijn)
wat oregano (kan ook zonder of met andere kruiden)

Met deze ingrediënten maak je met de hand of met de machine een soepel brooddeeg dat je ongeveer 3 kwartier afgedekt en op een warme plaats laat rijzen.

Na het rijzen kneed je het deeg nog even.

Je rolt het uit tot 3 à 4 millimeter. Dat is gemakkelijk tussen twee vellen bakpapier.

Met een uitsteker (of met een glas, zoals ik dat doe) maak je rondjes.
Zo werk je al het deeg op.

Op de schijfjes smeer je wat rode pesto en leg je een in stukjes geneden zwarte olijf. Niet op de rand smeren!

Daarna vouw je het rondje dubbel en duw je de randen goed dicht.
Het is niet erg als een rand weer opent bij het bakken. Het lekt niet. Maar een gesloten hapje is wel mooier, vind ik.

Wanneer je de hapjes vormt, rijst wat af is alweer. Maar gerezen of niet, gebakken is het allebei lekker.

Dan rest enkel nog ongeveer een 17 minuten bakken op ongeveer 230 graden. (Kijk nu en dan, want elke oven is anders. Je verkiest waarschijnlijk geen hapje dat op karton lijkt.)

Omdat ik rap wilde weten of ik wat had, proefde ik snel. Recht uit de oven was het echt lekker. Maar het kan ook koud en ook in de oven opgewarmd de dag nadien, was het in orde.

Dit verpakt gemakkelijk en is dus goed om mee te nemen. (Het blijft beter heel dan het chocoladegebak dat ik met een mal van bloemsuiker voor zag. Tegen het moment dat ik het kon afgeven was er van de tekening niet veel meer over.)

Uiteraard kan je weer gaan variëren met de vulling.
Ik nam zwarte olijven en rode pesto omdat ik dat in huis had. De combinatie viel in de smaak en is zeker voor herhaling vatbaar.

zaterdag 26 december 2009

Kerstcadeautje

Nu mag ik weer wat posten.

De naam van de grote zus van het kleine petekindje trok ik.
Voor haar maakte ik dus een kerstcadeautje.
Een eenvoudige verteltas omdat ze net als ik van boeken houdt.
Ik las haar het boek al voor met en zonder de hond en de poes die ook in het boek voorkomen. Ze was helemaal mee en liet de hond spelen.
In de verteltas zat ook een net echt uitziende cd waarop ik het verhaal vertel.
Plezant dat ze zo kan genieten van verhaaltjes en boeken.


En ik maakte met veel plezier een sjakos met alles in en aan zodat ze "de madam" kan spelen.
Een zak met spulletjes om mee te nemen als ze weggaat, zodat ze zichzelf overal kan entertainen.






Het cadeautje voor groot petekind is al langer af. Ze krijgt het met Nieuwjaar.
Ze koos zelf de kleuren. Maar voor de rest moet ze dus nog even geduld hebben.
Vervolg, volgende week.

woensdag 2 december 2009

Kerstkaarten


Reeks 1: gestempeld op stof
Veel te druk naar mijn zin.


Reeks 2: Er waren eens twee dekentjes uit fleece...
Na het schrijven, stikte ik papier en stof aan elkaar.
Deze zie ik wel graag.

Hierbij mijn viruele kerstgroeten voor wie hier zou lezen!

Speculaas


Het was hier even stil. Een virus was op bezoek en het was geen bak- of naaivirus!

Bijna Sinterklaas en dus speculaas-bak-tijd.

200 gram boter
250 gram donkerbruine suiker (Ik nam 200 gram.)
mengen
2 eieren
mengen
10 gram speculaaskruiden
500 gram zelfrijzende bloem
mengen

Het deeg twee dagen afgedekt in de koelkast laten rusten.

Het deeg op kamertemperatuur laten komen.
Sinten, Pieten, of ... vormen.
Bij gebrek aan houten vormen het deeg uitrollen op een met bloem bestoven oppervlak en figuren uitsteken.

Ik stak de kleine, dunnere figuren 9 minuten en de grote, dikkere 22 minuten in de warmste oven van de AGA (ongeveer 220 graden.

Een Sinterklaas die een nogal hard gebakken mijter had en die ik dus niet kan weggeven, is al op bij een grote kop thee. Ik begon met een stukje, maar ...

maandag 16 november 2009

Sinaasappelconfituur

De bessenconfituur is nog lang niet op.
De pruimenconfituur is nog lang niet op.
Maar toch maakte ik confituur van appelsienen die ik in de biowinkel kocht.
Hij is gewoon te lekker om daaraan te weerstaan.

12 sinaasappelen met een mooie schil
appelsap (om aan te vullen tot 2 liter sap)
honing (hoeveelheid naar smaak / of zoetmiddel naar keuze)
2 zakjes marmello 1 (biowinkel / niet nodig als je suiker gebruikt)

De zeste van de sinaasappelen kook je in een beetje appelsap.
Het je geen zesteur, dan schil je de sinaasappelen heel dun. Dat kan met een dusnschiller. Die stukken knip of snijd je dan heel fijn.
Tot vorig jaar perste ik appels tot sap. Nu gebruikte ik het sap dat we lieten persen. Ik nam nog nooit het gewone appelsap uit de handel. Troebel sap kan wel.
Het sap van alle sinaasappelen gaat mee in de pot als de sliertjes gaar zijn.
Misschien heb je nog wat appelsap nodig om aan twee liter te komen.
De honing of de suiker voeg je toe als het sap kookt.
Als het sap opnieuw kookt roer je de marmello erbij.
Na een minuutje koken kan de confituur in de potjes.

Wanneer je deze confituur op een warme pannenkoek doet, smelt hij weer een beetje. Dan is hij op z'n lekkerst. Vind ik.

vrijdag 13 november 2009

Winterspullen

Een eenvoudig winterbroekje voor jongste petekind
Ik tekende een passende broek na en probeerde ze te naaien.
Ze kan nog langer en korter en ook smaller en breder gemaakt worden. Dat ze zal passen, komt dus wel in orde. Maar is het model deftig? Ik ben benieuwd?

Voor haar zus naaide ik al een fris rokje. Nu eentje voor de winter.

Voor man is het rokje duidelijk te klein!
Het is echt plezante stof om te verwerken. En ze is zacht, soepel en warm. Ik zou zelf ook wel wat willen van die stof...

donderdag 12 november 2009

"Bavetjes"

Jonste zus wilde nog wel een paar bavetjes voor jongste petekind.
Je hebt geen massa stof nodig en je kan toch wat technieken oefenen. Ik maak dat dus wel graag.
We zijn het eens over de mooiste.

Voorkant


Achterkant


En verschillende spullen met een zelfde stofje, daar hou ik wel van. Ook het stofje op zich is een favorietje. Jammer genoeg heb ik het niet in heel veel kleurtjes.

In het midden ligt een schrift met harde kaft die ik een nieuwe en zachte kaft gaf.

zondag 1 november 2009

Een stokje

Een stokje doet de ronde. Ik kreeg het ook.
Iets schrijven doe ik niet echt graag. Maar lezen op een ander wel. Dus ...

1. Ik ben 42 en gepensioneerd. Dat koos ik niet zelf.
Dat deed de pensioencommisie omdat ik geen gezondheid heb om ver mee te komen.

2. In mijn vorig leven was ik onderwijzeres. Het langst gaf ik les in het eerste leerjaar. Vele kinderen verbleven tijdens de week op het internaat dat aan de school verbonden is.

3. Ik heb geleefd voor mijn werk. Maar dat is, denk ik nu, niet echt heel verstandig geweest. Ik had geen energie meer voor wat anders of iemand anders.

4. Kinderen zien evolueren en dan vooral als ze leren praten en lezen, blijf ik toch zo boeiend vinden.

5. "Kinderen krijgen niet op hetzelfde moment tanden, leren niet op hetzelfde moment lopen of praten. We kunnen ook niet verwachten dat ze op hetzelfde moment kunnen lezen." Dat was mijn motto.

6. Dat pensioen was een behoorlijke klap. Nu zijn we twee jaar verder en kan ik toch weer blij zijn.

7. En dat word ik mee dankzij mijn geprul met stof, naald en draad.

8. Bakken heeft ook een plezant effect, maar dat is fysiek zwaarder. Je kan het niet even wegleggen als je rust nodig hebt en zitten is dan lastig.

9. Kinderen hebben we niet. Daar zit die gezondheid voor iets tussen. Dat is dus niet iets waar we blij mee zijn.

10. Onze neefjes en nichtjes worden dus graag gezien. En ze geven me een reden om verder te prullen.

Voila, dat was het. Dit stokje gaat al even mee en ik las al veel bij anderen. Wie het graag wil, pakt het maar... Want zelf kan ik enkel doorgeven aan wie het al had.

donderdag 15 oktober 2009

Appelvlaai op grootmoeders wijze

't Is niet dat we niet meer eten hier.

Dit recept gebruik ik sinds enkele jaren. Niet erg zoet en zeker niet vet, dus iets naar mijn smaak. Ik gebruik het graag om de appels uit de tuin in te verwerken.
Dit jaar lieten we sap persen. Maar van de appels van één boompje maak ik dit.
Ooit noteerde ik de naam en de ingrediënten. Het blaadje ziet er niet meer uit. Om het zeker te bewaren voor het vanzelf wegkruipt, zet ik het hier.
Wil je het zoeter. Dat kan. Met zoeter fruit of met extra suiker in of over.

200 gram zelfrijzende bloem
75 gram suiker
3 lepels olijfolie of een andere olie
3 lepels melk
2 eieren
4 appels (meer of minder kan ook, een deel in stukjes in het deeg en een ander deel in schijfjes op het deeg)

Deze dingen staan op mijn blaadje. Maar ik merk dat een klein schepje bakpoeder erbij een verbetering is. Dat doe ik nu altijd.

Deze week nam ik in plaats van melk een sinaasappel waarvan ik het oranje laagje van de schil raspte en het sap ervan. Dat werd een beetje te nat en dus ging er ook een beetje extra bloem bij. Je ziet, ik speel een beetje.
Het resultaat was helemaal ok. En dus wil ik het onthouden en onthoud ik het jullie niet.
Omdat ik niet echt vaak melk gebruik, is een bus beginnen voor drie lepeltjes vaak te gek. En met sap lukt het evengoed.
Als je melk of appelsap gebruikt, is wat kaneel erover ook wel lekker voor de liefhebbers daarvan.

Het is eigenlijk meer fruit dat aan elkaar hangt met gebak. Maar daarom hou ik ervan. Met lekker zuur fruit natuurlijk.

Hoe je een cake maakt, las je hier al wel. Want het is echt meer cake dan vlaai, vind ik. Hij lukt wel best in een groot en plat bakblik.

En een foto, die komt nog wel. Voor deze cake was ik veel te laat. Hij was op voor ik aan die foto dacht.

vrijdag 2 oktober 2009

Nichtje

Deze week naaide ik voor een nichtje. Met haar mama sprak ik af welk rokje ik zou maken en van welke stof. Ik wilde eens proberen of ik een speldje kon bekleden met stof met een zelfde maar kleinere tekening).

De foto van het speldje trekt op niks. Ik vervang hem nog door een betere. In het haar misschien.

Nichtje zelf was ervan overtuigd dat ik voor botjes zou zorgen. Voor botjes voor binnen beloofde ik iets te proberen.
Omdat ik merkte bij het maken van kleding dat het handig is om tussendoor te kunnen passen, probeerde ik dat eerst voor mezelf.
Daarna was het de beurt aan die kleine botjes. Wat een gepruts! In het klein is er meer prutswerk dan in het groot, maar ik merk wel dat ik het een volgende keer weer vlotter zal doen.

En een tas erbij. Want ze is sjakossenfan!


"Oefenen, oefenen en nog eens oefenen"
Dat zei ik de kinderen toen ik nog lesgaf in het eerste leerjaar en ze leerden lezen. Het motiveerde hen om te herhalen.
En voor mezelf telt dat ook!

En nu ga ik bakken. Wafeltjes en cupcakes met speculaas.
Niet dat ik dat niet meer doe. Ik maakte gewoon nogal vaak die laatste pruimencake. Deze week verbruikte ik de laatste verse pruimen. Maar in de diepvries zitten er nog een hele hoop.

zaterdag 26 september 2009

Twee weken naaien

Bijna twee weken geen postje. Maar ik zat geen twee weken stil.
Wanneer het me lukte, experimenteerde ik nog wat verder.




Een zak met spulletjes die speelgoed wordt als je hem binnenstebuiten keert.



Een rol voor stiften en een zakje voor de blaadjes.

Het is nooit mijn bedoeling geweest om kleding te maken. Maar het begon toch een beetje te kriebelen om iets te proberen.


Het werd een schort. Daarmee moet je je niet op straat kunnen vertonen.
De voorzijde is gemaakt van tafelzeil dat kan gewassen en gestreken worden.
De achterzijde komt uit een wit laken.
Hij is deftig afgewerkt, geen zoom te zien. Ik vind hem zelf wel goed gelukt als hij gedragen wordt.
Wanneer ik volgende zomer confituur maak, kan ik morsen...
Vandaag morste ik er soep op en met een natte doek was het alweer in orde.


Deze pyama is voor koude nachten, want hij is heel warm. Misschien wel te warm. Gemaakt uit twee dekentjes van fleece. Ook niet om mee buiten te komen dus.

Ik naai erg graag en probeer graag wat uit. Er is nog zoveel te leren.
Maar ik kan er moeilijk mee stoppen en zit dan nadien op de blaren. Dus het is niet voor alle dagen. Doseren is toch zo moeilijk...

maandag 14 september 2009

Experimentjes

Soms zou het hier beter heten "Uit het atelier van Marleen" in plaats van "Uit de keuken..."
Van altijd opnieuw bakken, worden we dik en rond en ongezond.
Ik zocht en vond dus ook een andere bezigheid. Voordeel is dat ik niet hoef recht te staan, maar anderzijds voel ik het wel in handen en armen. Ik heb enorm veel rust nodig, maar voor de moraal is bezig zijn of ervan dromen ook van belang. Lukt koken niet, dan lees ik een kookboek. Lukt naaien niet, dan bedenk ik wat ik nog zou kunnen maken.


Weekkalender voor het nichtje dat pas naar school gaat.


Schaap voor mijn jongste petekindje.


Broodmandje voor moederdag dat gevuld was met bessenconfituur en caketjes.


Met badstof naaien, zou dat ook lukken?


Het eerste schaap, ook het eerste naai-probeersel.

Wat er uit de roze handdoek kwam:





Niet de schoonste, maar wel een bruikbaar modelletje.

Voor wie er naar vroeg de laatste dagen, is hier een begin.
Ik weet niet of het veel nut heeft voor anderen, maar zo kan ik voor mezelf wel bewaren wat ik maakte, zonder het bij te houden.
Tot nu toe bestempelde ik witte stof of verknipte ik kleding en handdoeken.
Maar nu heb ik stofjes om nog meer te oefenen!!!

woensdag 2 september 2009

Pruimencake


Ik weet het. Het is niet origineel.
Maar wel lekker. Echt lekker. Lekker genoeg om het niet te willen vergeten.
En daarom komt het hier. Uit het boek Twaalf van Tessa Kiros.
(Ik hou wel van haar boeken, ik heb er meer van haar.)
En het kan ook met ander fruit, dat is dus gemakkelijk.

12 pruimen (Mooi met rood en paars, maar even lekker met groen en geel. Ik heb de pruimen liefst niet te rijp en dus nog een beetje zuur en bitter.)
150 gr gesmolten boter
3 eieren
150 gram suiker
1 lepeltje vanille-essence (Ik nam een schep vanillesuiker en nam een schep gewone suiker minder.)
250 gr bloem (Ik nam zelfrijzende bloem.)
een half zakje bakpoeder
1,2 dl melk

Pruimen ontpitten en in 2 of 4 snijden.
Eieren met suiker en vanille romig kloppen.
Gezeefde bloem en bakpoeder door roeren.
Gesmolten boter en melk door roeren.

Het deeg in beboterde vorm afwisselen met een laagje pruimen. Neem een vorm die een eerder laag dan hoog gebak zal opleveren. Twee laagjes van elk is genoeg. Bakpapier is nuttig, het is een slapper gebak en komt zo beter uit de vorm. Silicone kan ook natuurlijk.

Een uurtje in de oven op ongeveer 180 graden.

Vandaag wilde ik proberen of het ook in 't klein kon. Dat is gemakkelijker voor man om mee te nemen naar zijn werk. En dan heeft hij geen vork nodig.
Ik zette cupcakepapiertjes (niet het kleinste formaat) in een muffinvorm, deed er een lepel deeg in en zette er een halve pruim in met de snijkant naar boven. Het ziet er wel goed uit, het lijkt nu een minitaartje.

Wanneer iets uit de tuin klaar is, ga ik in mijn kookboekenverzameling op zoek naar mogelijkheden. Een lijstje voor pruimen had ik rap.

Ik heb al heel wat recepten met pruimen, maar er kunnen er altijd bij.

dinsdag 25 augustus 2009

Pruimen


Veel pruimen hebben we dit jaar, heel veel.
En dat vinden we niet erg!

Vandaag maakte ik confituur van de rode pruimen. Eerder verwerkte ik de geel-groene pruimen al en de donkerpaarse zullen nog volgen. Gelukkig zijn ze niet allemaal tegelijk rijp.

Vandaag deed ik zo:

2,4 kilo pruimen (gewicht zonder pitten)
2 zakjes Pec (voor minder suiker)
500 gram suiker
3 dl water

Halve pruimen en water koken tot het fruit zacht is. Nu en dan roeren, anders brandt het aan.
Pec en suiker in een kom mengen met een vork om de klontjes te breken.
Suiker bij het fruit voegen en heel goed roeren, ook over de bodem van de pot.
Laten doorkoken en in potten doen.

Enkel het ontpitten vraagt werk. Voor mij is dat zwaar werk, maar de voldoening is zo groot dat ik het er toch maar voor over heb om achteraf op de blaren te zitten.


Ik gebruikte heel weinig suiker en iets minder Pec. Dan krijg je iets heerlijks om bij een boterham uit een kommetje te lepelen. Het zal ook een tijdje bewaren.

Je kan veel meer suiker toevoegen, tot het gewicht van het fruit. (Gebruik dan wel de andere Pec.) Ik maakte het naar smaak van mezelf.
Er zijn verschillende middelen om confituur te maken wanneer je minder suiker gebruikt, zoals bijvoorbeeld Gelfix (warenhuis), Pec (warenhuis) en Marmello (natuurvoedingswinkel).
Voor Gelfix gebruik je best de helft van het gewicht aan fruit voor suiker. Afhankelijk van de fruitsoort vind ik dat ok. Maar zelf kies ik het niet voor zoeter fruit.
Marmello (er bestaat 1 en 2) is prima als je stijve confituur verkiest. Goed voor op de boterhan, maar te vast voor op de joghurt.
Naar Pec voor minder suiker grijp ik het meest, merk ik. (Ik heb geen aandelen!)

Voor een deel van de gele pruimen gebruikte ik voor 3 liter gekookte pruimen een halve kilo Gelfix. Dit is een lopende en een beetje lekker bittere compotte.
Voor een ander deel van deze pruimen nam ik voor 1650 gram fruit een halve kilo Gelfix. Dat gaf een stevige confituur.
Beide vallen in de smaak en niet alleen bij mezelf.

En grote neef, die lust ze allemaal. Als het maar pruimen zijn!


Ik schreef dit jaar van elke confituur (rekbaar begrip bij mij) die ik maakte op hoeveel fruit ik gebruikte, hoeveel suiker ik nam en waarmee ik zorgde dat hij dikker werd en even zal bewaren.
Dat was al handig, dus dat doe ik best verder.

(Je ziet, ik schrijf dat hier vooral voor mezelf. Als jij er wat aan hebt is dat mooi meegenomen, dat dan weer wel!)

zondag 23 augustus 2009

Boontjes

De aardappelen uit de tuin smaken zo lekker. We eten er echt meer van. Andere zomers eten we meer pasta of pizza met de groenten uit de tuin, maar nu lusten we wel elke dag van die smakelijke patatjes.
Met boontjes bijvoorbeeld. Die komen ook uit de tuin. En de tomaat ook. Ons boodschappenlijstje is deze dagen echt korter.

Aardappelen stomen of koken.
Boontjes stomen of koken tot ze net gaar genoeg zijn. Wij lusten ze graag als ze nog 'beet' hebben. Na het stomen of koken de boontjes meteen onder koud water houden om de frisse kleur te behouden.
Ik lust er graag nog wat smaakvolle tomaten bij.

Gisteren aten we er een lekker maar niet zo mooi sausje bij. Ik maak het meer, maar
wat een kleur... Ik dacht spontaan aan Barbie-saus en het lijkt wel fruitjoghurt. Maar ik maak het toch ... het moest maar zo lekker niet zijn!
2 lepels mayonaise, 2 lepels joghurt, 1 lepel appelazijn, versgemalen zwarte peper en een beetje zout mixen samen met 1 tomaat of meerdere tomaatjes.

De aardappelen en boontjes hoeven voor dit simpele gerechtje niet heel warm te zijn.

Ik vond de boontjes die ik vooraf al in de saus 'dipte' erg lekker. Maar voor dipsaus is het eigelijk te lopend.

Wij eten hier nooit vlees bij.

Dit is wel erg eenvoudig. Maar met degelijke ingrediënten is er niet meer nodig!

maandag 17 augustus 2009

Stof bestempelen



Vandaag bestempelde ik stof om er daarna iets van te naaien.
Op een wit laken stempelde ik met textielverf bloemen in twee kleuren en in twee maten. Daarna strijken helpt de verf te fixeren.
Ik kan weer even verder.

aardappelen uit de oven

Heel simpel, maar zo lekker!
En dit jaar voor het eerst met aardappelen uit de tuin. Die maken het nog lekkerder.

Kleine aardappelen (of grotere die je in lange partjes, in schijfjes of kleinere blokjes snijdt) goed wassen en met de schil in een ovenschaal uitspreiden. Overgieten met een beetje lekkere olijfolie en de olie samen met wat zout (zeezout of fleur de sel) en rozemarijn met je handen over de aardappelen verdelen. De aardappelen moeten langs alle kanten bedekt zijn met een dun laagje olie. Je hebt toch niet veel olie nodig, het wordt geen vette boel.

Die ovenschotel gaat dan voor langere tijd de oven in. De grootte van de aardappelen bepaalt de tijd. Als je met een vork in de aardappelen kan prikken is het goed, maar dat duurt toch wel even. In de tweede helft meng ik de aardappelen nog eens dooreen.
Ik reken een uur voor het totaal bovenaan in de warmste oven (ongeveer 220°).

In de zomer vinden wij het lekker met bijvoorbeeld kippensaté's en rauwe groenten.
Het gemarineerde vlees gaat dan na een tijdje op een rooster boven de aardappelen. Het vlees gaat sneller dan de aardappelen.

En dan noemen wij het 'nepbarbecue'. Dan weten we allebei wat wordt bedoeld.

Je kan in plaats van zout en rozemarijn bijvoorbeeld ook piri piri (potje met Portugees kruidenmengsel met zout) gebruiken. Dat geeft een heel andere smaak, je maakt het dan zo pittig als je wil.

Je kan een kipfilet in stukken snijden en dan de stukjes met wat olijolie en bijvoorbeeld piri piri in een diepvrieszakje stoppen en het toegevoegde in de stukken masseren. Je kan de blokjes meteen gebruiken of ze in de diepvries steken. (Je hoeft de blokjes niet op een stokje te prikken. Ze tussen de halfgare aardappelen leggen, kan ook. Dat geeft een ander resultaat. Het wordt niet knapperig zo. En dan is het voor ons geen nepbarbecue.)

donderdag 13 augustus 2009

Bessenconfituur

Om het hele jaar van de bessen uit de tuin te kunnen genieten, maak ik graag confituur. Ook al omdat ik dan minder suiker kan gebruiken dan bij de meeste winkel-confituren.

Ik ga meestal uit van een basisrecept dat het goed doet voor onze bessen.

Bessen koken met een bodemje water.
Nu en dan roeren en bessen wat pletten.
Bessen door de passe-vite of zeef duwen.
Het sap afmeten.
Per liter sap of 750 gram sap in een andere kom 300 gram suiker (meer of minder mag ook, dat hangt af van jouw smaak) afwegen en er een zakje pec (voor minder suiker) onder vermengen. De pec zorgt dat het altijd wel lukt en opstijft.
Het sap koken.
Het suikermengsel roerend toevoegen.
Even laten doorkoken.
De confituur (misschien eerder gelei, maar niet helder omdat ik het sap uitduw) in propere potten met schroefdeksel gieten.
De potten afsluiten en omgekeerd een nachtje laten afkoelen.

Je gebruikt de bessen die je hebt of lust met suiker zo veel je wil. Kijk maar op het pakje. Wil je wel meer suiker, dan bestaat daar ook een pakje voor.

Bij deze methode hoef je de geplukte bessen enkel maar de wassen. Steeltjes mogen er nog aan blijven, pitten mogen blijven zitten. Dat maakt het een gemakkelijk te maken confituur. Ik blijf het confituur noemen omdat ik er ook de fruitpulp bij neem. Het gekookte fruit een nacht laten uitlekken zodat je een heldere gelei kan maken, vind ik veel gedoe. En zo gaat er minder verloren.

Ik verwerkte deze zomer tot nu toe rode en witte bessen, cassis, jostabessen, frambozen en combinaties daarvan. Rode bes met framboos was een nieuwe combinatie voor mij. Toch echt lekker. Dus meer frambozen in de tuin zijn welkom!

Omdat die zelfgemaakte confituur me toch echt wel bevalt, maak ik ook confituur met gekocht fruit. Appelsienconfituur met bittere schilletjes bijvoorbeeld, heerlijk. Zeker als hij weer wat smelt op een warme pannenkoek. Maar dat is voor wanneer het weer kouder wordt.



Aanvulling (na de vraag van Bart om de combinaties)
Soorten confituur die ik deze zomer maakte. Volgende zomer probeer ik vast weer verder. Nu maakte ik confituur van al wat rijp was op dat moment.
Ik zet er alles bij, dan heb ik dat lijstje ook voor mezelf.

Rode bes
Rode bes en frambozen (echt de moeite, heb er diepvriesframbozen voor bijgekocht)
Rode bes en cassis
Rode bes en witte bes

Witte bes
Witte bes en jostabes

Zwarte bes en framboos (framboos proef je niet goed meer bij 50/50)

Jostabes

woensdag 5 augustus 2009

Ons dagelijks brood



Nu we "achter de gazetten" wonen en met de auto rijden jammer genoeg niet meer gaat, zorg ik graag zelf voor ons dagelijkse brood. Dan ben ik niet afhankelijk. Toch niet als ik op tijd aan bloem en gist denk.

Met de hand kneden zou ik niet meer kunnen. Mijn kitchen-aid doet nu het zware werk. Ik wilde een mooi exemplaar, dan kan het blijven staan en dan kost dat al geen moeite. En bakken gebeurt in de warmste oven van de AGA.

Al meerdere keren werd me gevraagd hoe ik mijn brood bak. Dus dat schrijf ik dan ook maar even op.
Zelf houd ik er wel van en man ook. Maar anderen blijkbaar ook.
Voor het doopfeest van een tijdje geleden bakte ik de broodjes. Ik schrik er dan van dat anderen ze zo lekker vinden. Ik hoorde de gasten dat tegen elkaar zeggen.

Het is een simpel recept, maar ik denk dat de kwaliteit van de bloem een grote rol speelt.
Ik vertrek meestal van dit basisdeeg. En met daarmee maak ik dan één gewoon brood of meerdere kleine broodjes.

500 gram meel
12 gram gedroogde gist
8 gram zout (stilaan ben ik altijd maar minder zout gaan gebruiken, nu nemen we voor onszelf 2 gram)
260 ml water (ongeveer, voel maar aan je deeg)
een geut olijfolie

Alles gaat in de keukenmachine om te kneden.

Het deeg moet dan 45 minuten afgedekt rijzen op een tochtvrije en warme plek. Ik leg gewoon een handdoek over de kom van de kitchen-aid. Wat langer rijzen is geen probleem.

Weer even kneden tot de lucht eruit is.

Het deeg in de broodvorm leggen. Ik maak eerst een lap die even breed is als het bakblik die ik dan oprol en met de naad naar onder in het bakblik leg. De vorm is dan mooi egaal.

Je kan ook kleine bolletjes maken van 50 gram of wat je maar verkiest.

Opnieuw 45 minuten rijzen in het bakblik.

Brood bak ik 32 minuten en de kleintjes gaan 27 minuten in de bakoven van de AGA die ik op ongeveer 220 graden heb staan.

Je kan spelen met het meel. Als het samen maar 500 gram is, is het goed. Ik gebruik meestal de witte en/of de bruine bloem die hier het dichtstbij worden verkocht. Dat is echt lekkere biobloem. Een pak lekkerder dan warenhuisbloem. We houden ook van rogge.
Ik doe vaak pitten en/of zaden in het deeg. Zonnebloempitten, pompoenpitten, sesamzaad en maanzaad heb ik meestal in huis. Je kan één of meerdere soorten tegelijk gebruiken. Ik voeg maximum 100 gram toe.

"Speciallekes" maak ik ook graag, maar dat is voor een andere keer.

Mijn brood mag uit de oven... Ruikt lekker!

Wat oudste neefje zei toen hij hier voor het eerst logeerde en wit brood had gevraagd: "Tante Marleen, uw brood is zo lekker als cake." Dat is ondertussen al enkele jaren geleden. Toen hij hier vorige week was, at hij er weer met plezier van. Het brood mocht nu wel bruin zijn. En hij zei er deze keer bij: "Het allerliefste eet ik uw brood met uw pruimenconfituur." En hij at op drie dagen een hele pot leeg. Die toch niet zo zoete confituur zet ik er ook nog wel eens bij. Dan kan hij zelf aan de slag. Een zak pruimen om op te snoepen heeft hij al mee... Dat een kind zo zot kan zijn van pruimen.

dinsdag 28 juli 2009

Fris en fruitig

Bij het begin van de zomer had ik zin in een verfrissend ijsje. Maar het was pas zomer en dus was er niets in huis. Toen bedacht ik dat ik ooit in een kookboek las dat je een banaan die half bevroren is, kan mixen tot iets lekkers.

Het klopte. Je moet even geduld hebben tot die banaan wil bevriezen, maar dan krijg je door hem alleen maar te mixen wel iets verrassends, vind ik. Het lijkt wel een ijsje. De textuur is echt de moeite. Maar het smaakt uiteraard wel naar banaan en daar moet je voor zijn. Man vond het niet echt lekker.

Ik was benieuwd of het ook met ander fruit lukte. Dus ging er ook ander fruit in de diepvries.
Gemixte halfontdooide frambozen zijn zo heerlijk! Ik hoef er niet veel van, maar het is echt lekker en verfrissend. Net stevig smakend sorbet. Dat is zeker een blijver!

Met kersen vind ik het minder lekker dan met frambozen. Maar vooral het ontpitten van de kersen is wel wat werk (zonder ontpitter).

We hebben een echte eettuin. Man werkt heel graag in de tuin en ik leef me uit met de oogst! Een experimentje nu en dan levert weleens wat op...

zondag 26 juli 2009

Kaaskoekjes

Een gemakkelijk en snel aperitiefkoekje.
Vorige zomer al experimenterend gemaakt en het werd een blijver voor bezoekers. Het gezin van zus at vorig jaar het experimentschaaltje heel rap leeg, nu maar een dubbele portie gebakken.
Maar dit zijn de verhoudingen. Van alles evenveel.

100 gram geraspte of fijngemaakte oude kaas
100 gram boter
100 gram gewone bloem

Boter en bloem vermengen, kaas toevoegen en mengen.
Balletjes rollen en met een vork op een bakplaat platter drukken.
12 minuten in een oven van 220 graden.

En als laatste geduldig wachten tot ze wat afgekoeld zijn.

Vandaag maakte ik ze naturel. Maar met wat paprika of provencaalse kruiden of ... naar keuze kan het ook. Wanneer je kruiden op de koekjes aanbrengt in plaats van ze te mengen in het deeg, verbranden deze snel. Daar let je dan best op. (langer in een iets koudere oven)

Oudste neef kan er niet afblijven.
Volgens man gaat het als met chips: als je begint, eet je verder.
Het is niet gezond, maar voor een keertje...

vrijdag 17 juli 2009

Een fris en fruitig drankje

Water drinken is gezond en ook wel lekker, maar soms wil ik weleens wat anders.
En dan bedoel ik niet dat zoete spul uit de winkel.

Dit recept wil ik wel onthouden.

De basis is simpel. Je kookt wat sappig rood fruit in een bodempje water.
Het sap dat je zo verkrijgt (je kan het fruit laten uitlekken in een vergiet), koel je af.
Het koude sap vermeng je met (gekoeld) water en ijsblokjes.
Voeg daar eventueel nog een paar (bevroren) bessen bij en je hebt een heerlijk drankje dat even koel blijft.

Liefhebbers kunnen suiker of een ander zoetmiddel toevoegen tijdens het koken of op het eind. Je kan ook kiezen voor eerder zuur of eerder zoet fruit, natuurlijk.
Zelf hou ik echt van zuur, dus suiker toevoegen doe ik niet vaak.

Ik probeerde het drankje met zure krieken en ook met lekkere frambozen.

In een mooi groot glas met een lange lepel en een rietje en dan in de zon ermee!
Als kind kregen we op schoolreis een drinkbus mee met versgemaakt citroensap.
(En boterhammen met ei.)

Heerlijk was dat. De smaak ligt nog vers in mijn geheugen. Zou het daarom zijn dat ik dit drankje zo graag heb?

Toch nog even aanvullen (30 juli). Met rode bessen vind ik deze limonade echt heel lekker. Ik deed er voor de liefhebbers en deze keer ook voor mezelf een beetje agavesiroop bij.
Omdat ik het zo geslaagd vind en omdat er hier echt veel rode bessen hingen (nu is alles weg), maakte ik veel sap en stak het in ijsblokzakjes in de diepvries.
Ik kan dus nog even verder, typ ik met zo'n glas lekkers in de hand!

donderdag 9 juli 2009

Koekjes

Bakken doe ik absoluut het allerliefste in de keuken. Niet dat ik niet van wat anders hou. Groenten en fruit kunnen me bijvoorbeeld ook erg bekoren, maar toch eerst nog een bakreceptje. Ik heb er al veel mee 'gespeeld', maar ik vertrek meestal van deze basis.

200 gram bloem
100 gram boter
75 gram suiker
1 ei (M)
en een snufje zout

Meng eerst boter en suiker, doe dan het ei erbij, meng opnieuw en voeg dan in twee keer de bloem erbij met het zout. Meng tot een stevige bal. Hij mag niet te nat zijn, dat geeft een plakboel bij het uitrollen. Wanneer ik eieren van onze kippen gebruik, neem ik iets meer bloem. Leg de bal in plastiek een tijdje in de koelkast.

Na minimum een half uur kan je het deeg uitrollen. Ik pak ongeveer 4 millimeter. Vergeet je aanrecht niet met bloem te bestrooien!

Steek nu koekjes uit met de rand van een glas of met een uitsteekvormpje.

Leg de koekjes voorzichtig op een bakplaat. Ik leg ze op bakpapier: minder afwas en vooral minder vet!

Ik steek ze ongeveer een kwartier in een oven van ongeveer 220 graden.
Na de helft van de tijd draai ik, de plaat om.
Maar lees niet over 'ongeveer'. Kijk nu en dan en probeer wat uit.

Vroeger bakte ik enkel ronde koekjes. Ik gebruikte altijd een glas. De grootte kon variëren.
Maar ondertussen heb ik een hele hoop uitsteekvormpjes. Dat kost niet veel (ooit kocht ik er 4 voor een euro) en dan heb je voor elke gelegenheid wat.


Vlak voor Kerstmis maakte ik een deeg met cacao en kokos. Ik maakte er sterrretjes van en dropte in het midden een zilveren eetbaar pareltje. Man en ik vonden ze mooi en lekker, dus maakte ik er ook voor op het feest.

De week daarna was het alweer feest. Na de nieuwjaarsbrieven vroegen jongste zus en schoonbroer of ik het eventueel zou zien zitten om koekjes te bakken (in plaats van doopsuiker) voor hun dochtertje dat op komst was. Hoewel ik niet gewoon ben met grote hoeveelheden te werken, heb ik niet lang getwijfeld. Ik ging bakken voor mijn tweede petekindje!

Dus vanaf dan mocht (lees misschien wel 'moest') iedereen (behalve iedereen die zus kent) koekjes proeven tot ik een recept had dat iedereen ok vond. Dat is het bovenstaande. Want bij alle variaties die ik vond en bedacht, was er wel iemand die het te speciaal vond. Zelf ben ik (maar dat kon je zelf al bedenken als je een vorige post las) fan van appelsienschil in het deeg en heel pure chocolade rond het koekje. Sop daarvoor de helft van een afgekoeld koekje in gesmolten chocolade en leg geduldig weer neer op bakpapier tot de chocolade hard is.

Voor de doopkoekjes gebruikte ik een bloemvorm en een beervorm. Op de bloemen kwamen weer de zilveren pareltjes. En de beertjes gaf ik ogen met een klein beetje gesmolten pure chocolade die ik aanbracht met een tandenstoker.
Ondertussen zijn ze allemaal uitgedeeld.
Zus zei me telkens hoeveel mensen ze die week verwachtte en ik kon voor verse koekjes zorgen. Dat maakte het haalbaar.

Voor nooggevallen had ik deeg in de diepvries. Niet uitgerold deeg ging echt prima, maar de ingevroren vormpjes vind ik maar niets. Het uitzicht beviel me niet.

De koekjes gingen in een mooi doorschijnend zakje met een lentegroene strik errond en met een mooi etiketje met haar naam en geboortedatum erop.
Simpel maar voor mij bijzonder om het te mogen doen!
Ondertussen (bijna 4 maanden in ze nu) schonk de kleine meid al haar mooiste lach!

Deze koekjes kan je makkelijk met kinderen maken. De jongsten willen met plezier vormpjes kiezen en uitsteken. En zijn ze wat groter, dan kunnen ze telkens meer. Ik maakte ze ooit met een meisje dat moeite had met metend rekenen. Er valt dan heel wat te wegen, ook volle pakken ter vergelijking.
Tja, ik heb jarenlang lesgegeven in het eerste leerjaar, die 'leermicrobe' ben ik nog niet kwijt.

donderdag 25 juni 2009

Fruit met een dekseltje

En meer van hetzelfde.

Met hetzelfde deeg als de voorgaande stukjes kon ik nog iets maken dat in de smaak viel. Een crumble vind ik niet zo lekker. Van het gebakken fruit houd ik echt, maar de bovenlaag was nooit mijn ding.

De eerste keer legde ik stukjes rabarber en appel in een ovenschaal. Daarboven kwam dan het deeg. Ik maakte het deeg iets makkelijker smeerbaar door er wat melk aan toe te voegen.
Met pruimen is de smaak ook heerlijk.
Met aarbeien en riccota ging het ook.
Ik experimenteer zeker nog verder.
Zelf verkies ik eerder zurig fruit.

Wat zou nog lekker zijn?

En nu genoeg met datzelfde deeg...

Aanvulling geprobeerd op 26 juli:
ook lekker met bessen!

maandag 15 juni 2009

Cupcakes


Omdat lang of meermaals rechtstaan niet altijd zo goed lukt en omdat dat bij het bakken van wafeltjes toch nodig is, zocht ik een alternatief.

Zou het wafeldeeg ook geschikt zijn om er cupcakes van te maken? Het is tenslotte op cakedeeg gebaseerd.

Het lukte. Ik bak op die manier 24 minitjes tegelijk en dan kan ik een kwartier zitten terwijl ze in de oven staan.

En in tegenstelling tot de wafeltjes, is het gemakkelijk om te variëren met de smaken.


Cupcakes

  • maak eerst het basisdeeg (post van 15 juni)

  • voeg dan de smaken bij en meng alweer

Mogelijke smaken die ik testte en die lekker werden bevonden door mijn proevers.

  • cacao en/of chocoladedruppels

  • cacao en chocoladedruppels en zeste van sinaasappel (als het deeg te droog werd, is wat sap erbij ook ok) = mijn eigenste favoriet

  • speculoospasta
  • (zie foto)
  • speculaas- of koekkruiden

  • kardemom

  • kardemom en zonnebloempitjes bovenop het deeg
  • natuur

  • met citroenzeste en een druppeltje sap

  • ...

Hoeveelheden zie ik telkens op het moment zelf. Het deeg mag niet te nat en niet te droog zijn.

Omdat ik in een AGA bak, is tijd en temperatuur anders dan bij een gewoon fornuis. Ik neem aan dat je eens moet proberen hoe het bij jou best gaat.

Ik bak in de warmste oven die op bijna 220 graden staat en dan zijn de eerder kleine (bodem 38 mm) cupcakes klaar op een kwartier. Ze zijn dan ook mooi opgekomen.

Het is wel plezant om verschillende smaken tegelijk te maken en die mooi te presenteren.

Deze zakjes gaf ik rond Kerstmis aan helpende handen.

Wafeltjes


Hét toevallig geprobeerde succesrecept, toch volgens mijn familie.

Toen ik nog geen grijze haren had, maakte een oud-collega heel lekkere wafeltjes. Dat wilde ik ook wel kunnen, ooit.

Enkele jaren geleden zag ik een spotgoedkoop wafelijzer te koop en dacht meteen weer aan de wafeltjes van ooit. Maar welk recept moest ik kiezen om een lekker resultaat te bekomen? Ik hou niet zo van echt zoet, al zijn er wel uitzonderingen. Net op het moment dat ik het wafelijzer had, hoorde ik dat je ook wafels kan maken met viervierden deeg. Voor cakes pas ik dat aan mijn smaak aan, dus moest dat voor wafeltjes toch ook lukken. Dat dacht ik en ik hoopte het nog meer.

Papa werd, na man, eerste proever en hij wilde er nog wel van. (Papa eet 'overal' bruine suiker bij en is dus wel voor zoet. Als ik het lust en hij het niet 'te gezond' vond, dan zou het wel in orde zijn.)

Echt simpel en niet de moeite van het noteren, dacht ik. Maar ik kreeg al zo vaak de vraag hoe ik dat toch doe. Ik schreef het al zo vaak op. Nu nog één keer.

Wafeltjes

  • 100 gr suiker en 100 gr boter stevig mengen

  • 2 eieren toevoegen en weer stevig mengen

  • 200 gr zelfrijzend bakmeel toevoegen en nog een laatste keer mengen

Zo simpel is het.

Ik maak altijd meer deeg, maar dit blijft de basis.

Toen ik mama vroeg wat ze voor haar verjaardag wilde, zei ze, "wafeltjes".
Meestal wanneer we bij mijn ouders komen, heb ik iets gemaakt. Op haar vraag waren dat meestal wafeltjes. Dus had ik dit niet verwacht. Maar ik luister nog steeds braaf naar mama.
Op het moment dat mijn jonste zus zag wat ik bij had op het verjaardagsfeestje, zei ze meteen dat ze dat ook wilde voor haar verjaardag. En het zoontje van de andere zus heeft er ook al besteld om uit te delen in zijn klas wanneer hij jarig is.

Enige nadeel: ik probeer ook zo graag eens wat anders uit!

Dit recept moest omwille van al het voorgaande als eerste.

Ik heb een heel jaar een 'kookboek' bijgehouden op papier. Man dacht dat dit wel iets voor me was...

zondag 14 juni 2009

Eerst eens proberen!